Voorproefje Taal doet meer Jubileum-uitgave

Het is mooi weer, de zon schijnt. Dat komt goed uit, want het is een half uurtje fietsen naar Imane. Onderweg bedenk ik dat het alweer lang geleden lijkt dat ik voor het eerst kennis ging maken. Ik kan me niet meer voorstellen dat ik me afvroeg of het wel zou klikken en of ze het wel leuk zou vinden dat ik elke week langskom. De eerste ontmoeting weet ik nog goed…

 Ik stel me voor. Imane’s gezicht betrekt en ze vraagt: ‘Heet je echt Kim?’. Ik kijk haar vertwijfeld aan. Er valt een stilte. Imane legt uit dat haar juf op school ook Kim heet en ze haar erg streng vindt. Ik glimlach naar haar en zeg dat ik hoop dat we vooral ook een gezellige tijd tegemoet zullen gaan. Even aarzelt ze, en dan beantwoordt ze mijn glimlach…

Oh, ik ben er bijna. Nog één bocht naar links en dan rechts de stoep op. Ik kijk naar het appartement op de hoek, op de eerste etage. De balkondeur staat open. Ik hoor haar kleine zusje roepen: ‘Kim is er’. Een warm gevoel bekruipt me. Ik bel aan en hoor de zoemer van de deur. Ik loop de twee trappen naar boven en zoals altijd staat de voordeur al voor mij open. ‘Hallo, ik ben er weer’, zeg ik. Imane geeft me bij binnenkomst een hand en haar moeder komt me ook begroeten. We gaan aan de tafel in de woonkamer zitten en ik krijg een kopje thee. Ik zeg: ‘Zo, vertel eens, hoe is het afgelopen week gegaan’.

Kim Kremer

kim kremer