Woordenschatbingo

Tip: dit spelletje kun je ook gebruiken voor een andere taal.

Verzamel 20 moeilijke woorden plus de betekenissen ervan. Maak hiervan een rijtje (die noem je de vragen), vervolgens schrijf je achter de woorden de betekenissen (de antwoorden).

Laat de leerling uit de lijst willekeurig 16 vraagwoorden halen en invullen in een tabel van 4 x 4 vakken.

Noem vervolgens alleen de antwoorden (de betekenissen). De leerling moet nu de juiste vraag erbij zoeken. Eventueel kan dit ook andersom.
Wie het eerste zijn bingokaart vol heeft, heeft gewonnen. Controleer wel of de leerling de goede antwoorden bij de vragen heeft gezocht.