Column Elma Blom: De Chinese papiermolen

Een paar jaar geleden was ik als gastonderzoeker op een universiteit in Noord-Amerika. Ik logeerde bij een collega die op dat moment verstrikt was in een kwestie die haar dag en nacht bezighield. Wat was het geval?

Een van haar studenten, ik noem hem Chris, was door zijn docent beschuldigd van het gebruik maken van “the Chinese papermill”. De Chinese papermill verwijst naar het inhuren van Chinese ghostwriters door studenten om hun papers te schrijven. De docent, een specialist in Aziatische letterkunde, was tot deze conclusie gekomen nadat hij in het essay dat Chris had ingeleverd, fouten had ontdekt die hij herkende als de fouten die Chinezen in het Engels maken. Omdat Chris Engels als moedertaal had, was het essay volgens hem niet door Chris zelf geschreven maar door de Chinese papermill en had Chris dus fraude gepleegd.

Mijn collega had Chris ook les gegeven. Het was haar eveneens opgevallen dat de schrijfsels van Chris slordig waren. Maar omdat het haar onwaarschijnlijk leek dat Chris de Chinese papermill ook inhuurde voor al zijn powerpoints en e-mails, dacht zij eerder aan een taalontwikkelingsstoornis. En toen Chris op een dag trillend in haar werkkamer stond nadat hij de officiële aanklacht van de decaan ontvangen had, schreef zij een brief aan de decaan met haar observaties en alternatieve verklaring. Op aanraden van mijn collega consulteerde Chris een psycholoog en een logopediste, deed een reeks van testen en kreeg, na 23 jaar, de diagnose taalontwikkelingsstoornis. In het Nederlands korten we dit af met TOS.

Uiteindelijk trok de decaan de aanklacht in. Dit ging echter niet zonder slag of stoot. Ook heeft Chris nooit een excuus ontvangen, laat staan een compliment gekregen. Want hoewel kinderen en jongeren met een TOS een normale intelligentie hebben, weten we ook dat ze in het onderwijs veel problemen ondervinden. Taalproductie en taalbegrip spelen namelijk een grote rol bij de overdracht van kennis en het goed scoren op testen, ook in niet primair talige vakken zoals rekenen en wiskunde. Wat Chris wel kreeg, was de sneer dat hij eerder hulp had moeten zoeken. Het was klaarblijkelijk zijn eigen schuld dat hij verdacht werd van frauduleuze praktijken.

Als mijn collega niet ingegrepen had, had Chris, die aan het einde van zijn bachelor was, zijn studie waarschijnlijk moeten staken. Er is niet 1 Chris maar er zijn honderden, en wereldwijd, duizenden leerlingen zoals Chris. Hun toekomstperspectief kan een dramatisch andere wending nemen doordat de mensen die over hun toekomst beslissen, te weinig weten over taalontwikkeling en meertaligheid. Het is essentieel dat TOS net zo bekend wordt als dyslexie; de twee aandoeningen komen naar schatting even vaak voor. Het is essentieel dat we beseffen dat TOS zich niet altijd gemakkelijk laat herkennen. Kinderen met TOS zijn vaak stil, worden boos omdat ze niet begrepen worden of er wordt gedacht dat ze dom zijn omdat ze zich niet goed kunnen uitdrukken. Bij meertalige kinderen kan het helemaal moeilijk zijn omdat kinderen met TOS en kinderen die Nederlands als tweede taal leren met dezelfde aspecten van het Nederlands worstelen. Het is dus essentieel dat we leren onderscheiden tussen de symptomen van een aangeboren persistente TOS en die van een tijdelijke taalachterstand door meertaligheid.

Deze column is geschreven Elma Blom. Zij is hoogleraar Taalontwikkeling en Meertaligheid in Gezin en Onderwijs bij de Universiteit Utrecht. Ze doet onderzoek naar taalontwikkeling in uitdagende situaties en onderzoekt onder meer meertaligheid.

Inmiddels heeft “Chris” zoals ik Grant genoemd heb, besloten zijn eigen verhaal te vertellen: https://www.youtube.com/watch?v=KrOISXtCgVA&t=3s

[Een eerdere versie van dit blog was geplaatst op meertalig.nl]

Lees meer verhalen

Eigen Kracht Utrecht deelneemster Mercedes.

Laat jij een nieuwe Utrechter zich ook thuisvoelen? Kom in actie of doneer!