Taal Doet Meer
Verhaal

Freshta en Roqia: “Ik voelde me in het begin zo vreemd hier, alles was nieuw”

Vriendinnen Freshta en Roqia bezoeken wekelijks de Taalgroep van vrijwilliger Barbara de Vos in Lunetten. Een gezellige groep voor gevorderde taalleerders. Ze willen heel graag de taal vloeiend leren spreken – en hebben daar hun eigen redenen voor.

Freshta, deelnemer bij Taal Doet Meer

Freshta

Ik ontmoet Freshta Muzatari (37) en Roqia Alizadeh (35) in buurthuis de Musketon. Beide vrouwen zijn vier jaar geleden gevlucht uit Afghanistan, toen de Taliban aan de macht kwam. Ze bezoeken wekelijks een taalgroep bij vrijwillig taalcoach Barbara de Vos.

Freshta vertelt dat ze een grote liefde heeft voor taal. In haar eigen land heeft ze literatuur gestudeerd. Al heel gauw merkte ze, toen ze vier jaar geleden in Nederland kwam, dat ze niets kon beginnen als ze de taal niet sprak. “Wat moest ik zeggen tegen het meisje achter de kassa, als ik boodschappen deed? Ik voelde me zo vreemd hier, alles was nieuw. Dat gaf me veel stress in die begintijd”.

“Ik wil mijn kinderen kunnen helpen met dingen op school”

Brieven van school

Freshta kwam hier met haar man en vier kinderen. Die gingen al gauw naar school en pikten daar de taal snel op. Zij zat in de beginjaren nog in een asielzoekerscentrum en kon toen geen lessen volgen. “Dat vond ik heel lastig. Mijn kinderen kwamen thuis met brieven van school en die begreep ik niet.”

Omdat Freshta een talenknobbel heeft, begon ze met zelfstudie om de taal te leren. Inmiddels woont ze in Kanaleneiland en kwam daar via een vriendin in contact met de taalgroep. “Die vertelde er zo enthousiast over dat ik me heb aangemeld. Barbara leert ons heel veel. Ik wil ook mijn kinderen kunnen helpen met dingen op school en begrijpen wat er in de app-groep wordt gezegd.”

“Mijn dochter schaamde zich voor mij, omdat ik de buren niet begreep”

Paaseitjes

Taalcoach Barbara de Vos heeft 40 jaar voor de klas gestaan en draait haar hand niet om voor de taallessen. Ze begint altijd met een leuk vragenspel met kaartjes. Iedereen vertelt wat en zo leren de cursisten kleine gesprekjes voeren. Nu, rond Pasen, leest ze een verhaal over hoe dit feest gevierd wordt. De paaseitjes staan gezellig op tafel en de paashaas van chocola is voor de kinderen van Freshta.

Ik heb een druk gezin met vier kinderen waarvan eentje speciaal naar Doorn moet vanwege een beperking. Mijn oudste dochter zit op het VWO. Eerst schaamde ze zich voor mij, omdat ik de Nederlandse taal niet sprak en de buren niet begreep. Nu is ze trots dat ik binnen twee jaar de taal heb leren spreken. We zijn echt een gezin met twee culturen. Mijn zoon eet graag een broodje pindakaas en ik maak het liefst traditionele Afghaanse gerechten zoals Quabuli Palaw (een gerecht met vlees, rijst, wortels en rozijnen).’

“Dat zoeken naar woorden is best vermoeiend”

Op tijd komen

Roqia kon Afghanistan verlaten omdat ze bij een NGO werkte. Samen met haar zoon (18) kwam ze terecht in Ter Apel, waar niks was. “Ik moest meer dan een uur lopen om een saai winkelcentrum te bereiken. Ik had geen OV-kaart of fiets en we konden geen taallessen volgen.”

Ze heeft in Afghanistan chemie en biologie gestudeerd en heeft daarin een bachelor op HBO-niveau. Nu ze klaar is met de inburgering zou ze graag boekhouding of administratie doen. Ze heeft binnen Taal Doet Meer ook het project Eigen Kracht gevolgd. “Daar heb ik geleerd hoe je een cv maakt en hoe je moet solliciteren. Binnenkort gaan we met werkgevers om de tafel zitten.”

“We leren om op tijd te komen, dat is in Nederland belangrijk”

Zoeken naar woorden

Ze is heel blij met de Taalgroep en heeft daar Freshta leren kennen. Inmiddels zijn ze vriendinnen. Roqia: “Ik merk dat ik nu makkelijker boodschappen doe, de dokter bel of dingen regel met de gemeente. Het is makkelijker als je de taal kunt begrijpen. Het kost nog wel moeite, want we moeten alles vertalen van Farsi of Dari naar Nederlands. En ook de woordvolgorde is soms totaal anders. De hele dag ben je naar woorden aan het zoeken en dat is best vermoeiend.”

Barbara merkt dat ook en ziet de vriendinnen in de pauze helemaal opleven als ze samen even in het Dari kunnen kletsen met elkaar. Dat gaat zoveel makkelijker. Roqia vertelt verder dat ze op de les leert over de cultuur. “We leren om op tijd te komen, dat is in Nederland belangrijk. Wij in Afghanistan hebben een ander begrip van tijd. De dokter woont daar in het dorp en je gaat gewoon langs. Hier moet je een afspraak maken met de huisarts en er dan precies op tijd zijn.”

“Ik wil graag iets terugdoen, omdat de Nederlandse mensen heel aardig zijn”

Toekomstdromen

Als de dames naar de toekomst kijken, wat zouden ze dan willen, zijn er nog dromen? Freshta: “Mijn droom is om de taal vloeiend te spreken en om Nederlandse literatuur te vertalen in het Dari. Verder zou ik als vrijwilliger ook mensen willen helpen. Ik ben blij om hier te zijn, want ik heb in andere landen ook ervaring met racisme en discriminatie. Je wordt niet overal goed ontvangen, maar hier wel. Als ik naar de huisarts ga word ik met respect behandeld.”

Roqia vult aan: “Ik wil graag iets terugdoen, omdat de Nederlandse mensen heel aardig zijn. Ze helpen zonder verwachtingen en dat vind ik mooi. In het werk zou ik graag iets willen doen met boekhouding en administratie. Later zou ik nog wel een HBO-opleiding voor apotheker willen doen, maar die duurt vier jaar en is best duur.”

Freshta en Roqia met taalcoach Barbara de Vos

* Interview: Els Vegter, freelance schrijver/journalist en beeldend kunstenaar

Word ook vrijwilliger!

Wil je bijdragen aan de zelfredzaamheid en kansen van taalleerders in de Utrechtse samenleving? Word ook vrijwilliger bij Taal Doet meer! Als coach, mentor of coördinator help je mensen sterker te staan in onze mooie stad. Voor meer info, check onze vacatures.

Meld je aan

Lees meer: