\n
Taal Doet Meer
Nieuws – 10 november 2025

Taal is alles – inbreng gemeenteraadsverkiezingen 2026

Utrecht is een prachtige stad met een goed opgeleide bevolking en veel ontwikkelkansen voor jong en oud. We zien tegelijk grote verschillen. Als Taal Doet Meer maken we ons zorgen over een samenleving die onder druk staat en waar extra aandacht voor verbinding noodzakelijk is. In het voorjaar van 2026 zijn er lokale verkiezingen. Daarom vragen we aandacht aan de partijen voor het belang om van taalontwikkeling en (informele) taalondersteuning een speerpunt te maken in de Utrechtse beleidsplannen.

Verschilmakers en taal

De gemeente Utrecht wil met de Sociale Visie 2040 dat Utrecht in 2040 een inclusieve, veerkrachtige en gezonde stad is. Waarin alle inwoners een gelijke kans hebben om mee te doen en om zich te kunnen ontwikkelen tot wie ze kunnen én willen zijn. Taal vormt een belangrijke basis onder de 4 verschilmakers die daarvoor richting geven:

  1. Financiële bestaanszekerheid: iedereen kan rondkomen.
  2. Een betaalbaar dak boven je hoofd: de noodzaak van passende huisvesting.
  3. Kansrijk opgroeien: samen opgroeien.
  4. Gezond samen leven: een zorgzame gemeenschap in een gezonde leefomgeving.

Taal staat om die reden als een belangrijk punt op de agenda van de onderwijsorganisaties en de verschillende beleidsafdelingen van de gemeente Utrecht. Toch lukt het ons in de stad nog niet om alle Utrechters te bereiken en te bieden wat ze nodig hebben om een volwaardige plek in de samenleving te verwerven.

 


Uit de Sociale Visie 2040:
“Kinderen die opgroeien in kwetsbare omstandigheden lopen een verhoogd risico op het ontwikkelen van problemen, niet alleen tijdens hun jeugd, maar ook op latere leeftijd. Dit zien we onder andere terug in het verschil in vroeggeboorte, een laag geboortegewicht, gezond gewicht en spraak- en taalontwikkeling. Onderzoek toont aan dat het zo vroeg mogelijk investeren in kinderen de meeste impact heeft op het verminderen van kansenongelijkheid, namelijk vanaf 0 tot 5 jaar (en eigenlijk al vanaf het moment van conceptie)”.


 

Investeren in taal voor het jonge kind betekent investeren in meedoen van mensen. Taal Doet Meer doet dat door vrijwilligers te koppelen aan gezinnen met heel jonge kinderen en door ouder-kindgroepen te organiseren waar de nadruk ligt op het belang van taal en het plezier in taal. En door voor te lezen in gezinnen met kinderen tot 12 jaar en de ouders daarin mee te nemen (1).

Inzet voor kinderen én volwassenen

Landelijk bedragen de maatschappelijke kosten van laaggeletterdheid ruim € 1 miljard per jaar, onder andere opgebouwd uit hogere kosten voor sociale zekerheid en gezondheidszorg (2). Om dit fundamenteel aan te pakken is structureel beleid nodig, voor het jonge kind én volwassenen (3). Vroeg investeren in taalontwikkeling is daarmee financieel een goede keuze.

De gemeente Utrecht maakt ‘de beweging naar voren’. Constructieve samenwerking tussen formeel en informeel is dan een voorwaarde. Voor taal betekent dit doorverwijzing, samenwerking en afstemming van consultatiebureaus, voorschool en onderwijs met organisaties voor vrijwillige inzet, om ouders en hun kinderen extra te ondersteunen.

Het belang van informele inzet

De informele inzet van vrijwilligers vraagt over het algemeen minder financiële steun dan formele zorg. Er zijn echter grenzen aan wat vrijwilligers willen en kunnen. Om vrijwilligers te ondersteunen is kennis en continuïteit noodzakelijk. Hierin zijn vrijwilligersorganisaties en buurtinitiatieven cruciaal. Zij begeleiden, trainen en coördineren vrijwilligers, faciliteren de inzet van deze vrijwilligers, overleggen met de maatschappelijke partners en creëren inhoudelijke aansluiting met de gemeentelijke doelen. Wanneer er als gevolg van bezuinigingen in het formele veld meer vrijwilligers nodig zijn, wordt de rol van deze organisaties groter. Er is dus een verschuiving nodig van budget van formele zorg naar informele zorg.

Samengevat

Taal is nodig om kansengelijkheid te bevorderen, een succesvolle schoolloopbaan te beginnen, met de leerkracht van je kinderen te praten, naar de huisarts te gaan, met een computer te werken, je huiswerk te maken of een baan te vinden.

Eén op de tien Utrechters heeft moeite met het lezen, schrijven of spreken van Nederlands.
Dit betekent dat ruim 30.000 mensen in onze stad niet taalvaardig genoeg zijn om goed mee te kunnen
doen.

Dankzij informele taalontmoetingen met vrijwilligers:

  • hebben kinderen een kansrijkere start
  • leren taalleerders de Nederlandse taal sneller
  • bouwen nieuwkomers én oudkomers een netwerk op
  • participeren taalleerders sneller en vergroot hun zelfvertrouwen
  • ontstaat er meer wederzijds begrip en sociale cohesie.

Daarom vragen wij:

  • Maak een speerpunt van de taalontwikkeling van het jonge kind; als belangrijke verschilmaker.
  • Maak taalverwerving met behulp van vrijwilligers onderdeel van formeel beleid gericht op taal voor het jonge kind én volwassenen.
  • Zorg voor voldoende budget bij een verschuiving van formele zorg naar informele zorg: informele zorg is niet gratis.

 


(1) Voor leesvaardigheid ligt het percentage leerlingen dat onvoldoende geletterd is (maar niet ‘laaggeletterd’) in Nederland op 33% en dat is hoger dan gemiddeld in OESO- en EU14-landen. https://www.pisa-nederland.nl/resultaten/
(2) https://www.lezenenschrijven.nl/wat-doen-wij/oplossing-voor-je-vraagstuk/maatschappelijke-kosten-laaggeletterdheid
(3) Uitvoeringsprogramma basiseducatie volwassenen 2023-2026 – gemeente Utrecht, Hoofdstuk 5 Thema’s en doelgroepen.

Meer weten?

Neem contact op met Roy Kreeftmeijer (directeur) via roy@taaldoetmeer.nl of Ellen Visser (adjunct-directeur) via ellen@taaldoetmeer.nl, of 030- 030 – 294 75 94.
Lees het Jaarbeeld 2024 van Taal Doet Meer.

Lees meer: