\n
Utrecht is een prachtige stad met een goed opgeleide bevolking en veel ontwikkelkansen voor jong en oud. We zien tegelijk grote verschillen. Als Taal Doet Meer maken we ons zorgen over een samenleving die onder druk staat en waar extra aandacht voor verbinding noodzakelijk is. In het voorjaar van 2026 zijn er lokale verkiezingen. Daarom vragen we aandacht aan de partijen voor het belang om van taalontwikkeling en (informele) taalondersteuning een speerpunt te maken in de Utrechtse beleidsplannen.

De gemeente Utrecht wil met de Sociale Visie 2040 dat Utrecht in 2040 een inclusieve, veerkrachtige en gezonde stad is. Waarin alle inwoners een gelijke kans hebben om mee te doen en om zich te kunnen ontwikkelen tot wie ze kunnen én willen zijn. Taal vormt een belangrijke basis onder de 4 verschilmakers die daarvoor richting geven:
Taal staat om die reden als een belangrijk punt op de agenda van de onderwijsorganisaties en de verschillende beleidsafdelingen van de gemeente Utrecht. Toch lukt het ons in de stad nog niet om alle Utrechters te bereiken en te bieden wat ze nodig hebben om een volwaardige plek in de samenleving te verwerven.
Uit de Sociale Visie 2040:
“Kinderen die opgroeien in kwetsbare omstandigheden lopen een verhoogd risico op het ontwikkelen van problemen, niet alleen tijdens hun jeugd, maar ook op latere leeftijd. Dit zien we onder andere terug in het verschil in vroeggeboorte, een laag geboortegewicht, gezond gewicht en spraak- en taalontwikkeling. Onderzoek toont aan dat het zo vroeg mogelijk investeren in kinderen de meeste impact heeft op het verminderen van kansenongelijkheid, namelijk vanaf 0 tot 5 jaar (en eigenlijk al vanaf het moment van conceptie)”.
Investeren in taal voor het jonge kind betekent investeren in meedoen van mensen. Taal Doet Meer doet dat door vrijwilligers te koppelen aan gezinnen met heel jonge kinderen en door ouder-kindgroepen te organiseren waar de nadruk ligt op het belang van taal en het plezier in taal. En door voor te lezen in gezinnen met kinderen tot 12 jaar en de ouders daarin mee te nemen (1).
Landelijk bedragen de maatschappelijke kosten van laaggeletterdheid ruim € 1 miljard per jaar, onder andere opgebouwd uit hogere kosten voor sociale zekerheid en gezondheidszorg (2). Om dit fundamenteel aan te pakken is structureel beleid nodig, voor het jonge kind én volwassenen (3). Vroeg investeren in taalontwikkeling is daarmee financieel een goede keuze.
De gemeente Utrecht maakt ‘de beweging naar voren’. Constructieve samenwerking tussen formeel en informeel is dan een voorwaarde. Voor taal betekent dit doorverwijzing, samenwerking en afstemming van consultatiebureaus, voorschool en onderwijs met organisaties voor vrijwillige inzet, om ouders en hun kinderen extra te ondersteunen.
De informele inzet van vrijwilligers vraagt over het algemeen minder financiële steun dan formele zorg. Er zijn echter grenzen aan wat vrijwilligers willen en kunnen. Om vrijwilligers te ondersteunen is kennis en continuïteit noodzakelijk. Hierin zijn vrijwilligersorganisaties en buurtinitiatieven cruciaal. Zij begeleiden, trainen en coördineren vrijwilligers, faciliteren de inzet van deze vrijwilligers, overleggen met de maatschappelijke partners en creëren inhoudelijke aansluiting met de gemeentelijke doelen. Wanneer er als gevolg van bezuinigingen in het formele veld meer vrijwilligers nodig zijn, wordt de rol van deze organisaties groter. Er is dus een verschuiving nodig van budget van formele zorg naar informele zorg.
Taal is nodig om kansengelijkheid te bevorderen, een succesvolle schoolloopbaan te beginnen, met de leerkracht van je kinderen te praten, naar de huisarts te gaan, met een computer te werken, je huiswerk te maken of een baan te vinden.
Eén op de tien Utrechters heeft moeite met het lezen, schrijven of spreken van Nederlands.
Dit betekent dat ruim 30.000 mensen in onze stad niet taalvaardig genoeg zijn om goed mee te kunnen
doen.
Dankzij informele taalontmoetingen met vrijwilligers:
Neem contact op met Roy Kreeftmeijer (directeur) via roy@taaldoetmeer.nl of Ellen Visser (adjunct-directeur) via ellen@taaldoetmeer.nl, of 030- 030 – 294 75 94.
Lees het Jaarbeeld 2024 van Taal Doet Meer.